Statenkwartier van toen: Engeline Schlette: Een vergeten vrouw

door: Karel Wagemans

De kunstschilderes Engeline Schlette (1875-1954) is nu vrijwel vergeten, maar in het Haagse culturele leven tijdens het interbellum blies zij beslist haar partij mee. Vanaf haar huwelijk in 1909 met de leraar Duits, Reinder Hameetman (1879-1949), woonde en werkte zij tot 1934 in de Bentinckstraat 160. Al sinds 1905 lid van Pulchri Studio aan het Voorhout nam zij in de loop der tijd regelmatig deel aan de daar gehouden groepstentoonstellingen. Haar portretten en stillevens konden dan steevast rekenen op lovende recensies in de pers. Ook haar broer, de lithograaf Ernst Gustaaf Schlette (1873-1948), wist in die dagen overigens de krant te halen. In 1902 kreeg hij vijf jaar cel wegens het maken van valse bankbiljetten. Dat hij vervolgens trouwde met de dochter van een kroegbaas zal de gêne binnen de familie over dit zwarte schaap niet verminderd hebben. De ironie wilde dat Reinders broer werkzaam was in de penitentiaire sector en het later zelfs tot adjunct-directeur van de Scheveningse strafgevangenis bracht. De omgang tussen hem en Engeline zal zijn stroeve momenten dus wel gekend hebben. Ernst geniet vandaag de dag nog enige bekendheid als de ontwerper van de fraaie reclameplaten voor het rijwielmerk Fongers.

Reinders belangstelling ging vooral uit naar het onderwijs. In 1921 werd hij benoemd tot directeur van de Gemeentelijke Handelsdagschool aan het sindsdien verdwenen Stadhoudersplein, een functie die hij tot 1938 met “tact en onvermoeiden ijver“ wist te vervullen, zo valt in een krant uit die tijd te lezen. De door hem vervaardigde leerboeken Duitse en Engelse handelscorrespondentie bleven tot ver in de jaren 1960 in gebruik. Hoewel zij vanaf 1912 zelf ook les gaf, spande Engelines zich mettertijd eveneens in voor andere zaken. Zo nam zij in 1919 zitting in een toen opgerichte commissie die zich ten doel stelde om in 1920 met enig vertoon Multatuli’s 100ste geboortedag te herdenken. Het was een gemêleerd gezelschap, waaronder zich een bankwerker, een advocaat, een schoolhoofd, een postbeambte, maar ook een inmiddels bedaagd nichtje van de schrijver bevonden. Hun inspanningen resulteerden op 2 maart 1920 in een drukbezochte bijeenkomst in Pulchri, waar o.a. declamator Willem van Cappellen (hij zou vele jaren later via de VARA op de radio nog landelijke bekendheid krijgen als ome Keesje) de toespraak tot de hoofden van Lebak uit Max Havelaar voordroeg. Van heel andere aard was Engelines optreden bij de jurering van de door kinderen op Koninginnedag 1927 gemaakte zandfiguren op het Scheveningse strand. “Zestig kinderen werden met ’n aardig prijsje beloond of verrast. Met van geluk stralende oogen keerden zij huiswaarts,” zo berichtte de Haagsche Courant een dag later.

Het jaar daarop nam Engeline deel aan de Olympische kunsttentoonstelling in het Amsterdam Stedelijk Museum, die gerelateerd was aan de toen in de hoofdstad gehouden Spelen. “Fraai van lijn,” oordeelde Het Vaderland van 13 juni 1928, over haar Tennisspeelster. Vergelijking van dit werk met het portret van een jonge vrouw uit 1909 laat zien, dat Engelines penseelvoering gaandeweg een lossere toets had verkregen. De aandacht viel nu meer op de totaalindruk dan op een harmonische samenvoeging van details, zoals ook uit een later stilleven van een blauwe vaas met gele bloemen blijkt.

Na in 1934 eerst naar het Sweelinckplein 83 te zijn verhuisd en twee jaar later naar de Groot Hertoginnelaan 29 vertrokken Engeline en Reinder na diens pensionering naar Menton en vervolgens naar Nice. De keuze voor die bestemming zal mede te maken hebben gehad met Reinders slechter wordende gezondheid, die hem gedwongen had zijn taken als directeur van de Gemeentelijke Handelsdagschool neer te leggen. Bovendien bevond hun zoon en enig kind zich inmiddels als employé van een oliemaatschappij op Borneo. (Het hier afgebeelde jongensportret, geschilderd omstreeks 1915, toont hem als een knaap van een jaar of vijf.) Dus ook dat vormde geen reden om in Den Haag te blijven. De dreigende oorlogssituatie dwong Engeline en haar man in 1939 echter naar Nederland terug te keren. Ze betrokken toen een woning in de Van Bleiswijkstraat 109 om een jaar later hun intrek te nemen op de Johan van Oldenbarneveltlaan 78. Opnieuw een keuze voor het Statenkwartier dus. Maar reeds eind 1942 volgde de evacuatie van die wijk. Reinder en Engeline kwamen hierdoor eerst in Gieten (Dr.) terecht en nadien in Zeist. In 1946 keerden zij naar Den Haag terug. Reinder is daar in mei 1949 overleden, Engeline in september 1954.

1 antwoord
  1. Marianne de Gilde -Westen zegt:

    Mooi informatief verhaal Karel,met plezier en aandacht gelezen,zelfs een stukje geschiedenis in de van Loostraat!

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.