Het bizarre einde van Adriaan Goekoop

door Karel Wagemans

Als gevolg van de explosieve toename van het Haagse inwonertal verrezen er na 1870 een groot aantal nieuwe woonwijken. Voor een slimme jongen waren er in die dagen fortuinen te verdienen. Adriaan Goekoop was zo’n slimme jongen. In 1895 werd hij via aankoop eigenaar van een uitgestrekt duingebied bij Scheveningen. Dat terrein werd door hem vervolgens bouwrijp gemaakt voor een zeer winstgevende exploitatie. En tegen 1910 lag daar het Statenkwartier. In de meest letterlijke zin is Goekoop dus de grondlegger van onze wijk. De bouwactiviteiten hier kon hij van nabij gade slaan, want in 1906 was hij voor 2½ miljoen gulden (in hedendaagse valuta zo´n 33 miljoen euro) eigenaar geworden van het Catshuis met ruim 25 ha omringende grond. Zoals Het Nieuws van den Dag daags na zijn dood vaststelde: “Duinoord en daarachter gelegen wijken hebben voor een groot deel hun ontstaan aan hem te danken en ook aan Zorgvliet is zijn naam onafscheidelijk verbonden.” Behalve een paar naambordjes op een stille laan is er nu echter niets meer in de omgeving, dat aan Goekoops bestaan herinnert. Een bestaan dat werd afgesloten met de bizarre vondst van zijn lichaam in de Haagse Beek.

Adriaan Goekoop (ca. 1900, HGA)

Al op dag zelf, donderdag 24 september 1914, wist De Avondpost te berichten: “Door een noodlottig toeval is hedenochtend Mr. Adriaan Eliza Herman Goekoop, de eigenaar van Zorgvliet, in de vijver van zijn domein geraakt en verdronken. Zijn lijk dreef in de Beek weg en is bij ´t voormalige Buitenrust door plantsoenarbeiders opgehaald.” Uit de overlijdensakte blijkt dat dit tegen twaalven moet zijn geweest. Nu liggen er op het terrein van Zorgvliet meerdere vijvers, maar het zal de meest zuidelijke wel zijn geweest, iets benoorden de huidige Jacob Catslaan en nabij de plek waar het lichaam gevonden werd. Als het ware onder de rook van het in augustus 1913 geopende Vredespaleis. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog een jaar later had een laconieke cynicus bij de toegang een bordje opgehangen met de tekst “Te huur of te koop”. Goekoop reageerde emotioneler op de catastrofale ontwikkelingen over de grens. Een vriend zou in dat verband nadien memoreren: “De tegenwoordige oorlog vervulde hem met afgrijzen en onrust. Zijn laatste levensdagen zijn er door verbitterd.” Goekoops depressieve toestand was trouwens ook anderen niet ontgaan en de Haagse geruchtenmachine draaide na de vondst van zijn lichaam op volle toeren. En nog harder toen bekend werd dat “in verband met nog te vervullen formaliteiten” de aanvankelijk op zaterdag geplande begrafenis verplaatst moest worden naar de maandag daarop. Wat er aan de borreltafel van De Witte allemaal werd rondverteld, bereikte ook de kolommen van het Bataviaasch Nieuwsblad. Daarin werd, anders dan in de Nederlandse pers, de affaire in onverbloemde bewoordingen uit de doeken gedaan. De mogelijkheid van een ongeluk kwam zelfs niet ter sprake.

Goekoop, zo meldde die Indische krant op 13 november 1914, was “door het verlies van een paar millioen tot een zoodanige melancholie vervallen, dat hij zich in de nabijheid van zijn woning heeft verdronken.” De Haagse correspondent van wie dit bericht afkomstig was, merkte volledigheidshalve nog op dat recent geldverlies echter niet per se de verklaring voor de wanhoopsdaad hoefde te zijn. Want de overledene “verkeerde sedert lang in een psygisch gedrukten toestand; hij was trouwens nooit een man van opgewekten levenslust.” De journaliste Emmy Belinfante typeerde Goekoop niet lang erna zelfs als een mensenschuwe hypochonder. Wat daarvan ook zij, uit de door hen in de couranten geplaatste annonce blijkt dat de gebeurtenis voor de familie onverwacht kwam. Over een noodlottig ongeval echter geen woord. Het lijkt er dus inderdaad op dat Goekoops zwaarmoedigheid hem die ochtend de baas is geworden. Maar al was hij dan niet vrolijk van nature, vrijgevig was hij wel. Er zouden hier vele zaken genoemd kunnen worden die daarvan getuigen, zoals de schenking van het terrein waarop het gymnasium Haganum is gebouwd of de volledig voor zijn rekening uitgevoerde archeologische opgravingen door de vermaarde Wilhelm Dörpfeld op het Griekse eiland Lefkas in de jaren 1901-1903. (In 1908 zou hij ook zelf de spade ter hand nemen op een ander Ionisch eiland, Kefalonia.) Illustratiever echter is de passage in de Deli Courant over zijn teraardebestelling op Oud Eik en Duinen. “De welsprekendste maar zwijgende hulde waren de vele armen die hem op het kerkhof een laatsten groet kwamen brengen.”

Vijver op Zorgvliet (ca. 1930, HGA)

Heel begrijpelijk vertrok de (tweede) mevrouw Goekoop met haar drie jonge kinderen – de oudste moest toen nog negen worden – al snel naar een andere woonplek. Het werd de Alexanderstraat 17, haar mans vroegere ouderlijk huis. Maar ook daar bleek het leven ruw verstoord te kunnen worden. In augustus 1919, terwijl zij in Frankrijk verbleef, vond er namelijk een fikse inbraak plaats, waarbij sieraden en effecten werden buitgemaakt ter waarde van zo’n 180.000 gulden (omgerekend naar hedendaagse valuta 1¼ miljoen euro). Dit zal wel de reden zijn geweest, dat mevrouw Goekoop in mei 1920 besloot met zoons en dochter toch maar weer op het beter te beveiligen Zorgvliet te gaan wonen. Van die zoons ging de oudste in 1925 in Groningen studeren, de jongste volgde in 1929. Voor mevrouw Goekoop en haar dochter aanleiding om eveneens nieuwe wegen in te slaan en naar kasteel De Essenburgh bij Ermelo op de Veluwe te verhuizen. Enigszins schamper schreef Het Vaderland van 30 oktober 1929 over haar vertrek naar ginds: “Den Haag schijnt mevrouw Goekoop te druk te zijn geworden.”

Mevrouw Goekoop en kinderen (ca. 1915, HGA)

Op De Essenburgh (tegenwoordig een hotel) kreeg zij op 25 september 1933 een grote schok, toen haar het bericht bereikte dat haar jongste zoon, Adriaan, een zeer ernstig auto-ongeluk had gekregen. Nog geen 24 uur eerder had zij de 19de sterfdag van Adriaan sr. herdacht. De zoon zou zijn zware verwondingen echter te boven komen en keerde in 1949 na een afwezigheid van 20 jaar, nu samen met vrouw en dochters, als bewoner terug op Zorgvliet. Eind 1961 wist hij de bezitting aan de Staat der Nederlanden te verkopen voor – volgens het Algemeen Dagblad – vier miljoen gulden (omgerekend naar hedendaagse valuta zo’n 13½ miljoen euro). Hijzelf en zijn gezin verhuisden het jaar daarop naar de Statenlaan 89, een huis dat zijn vader nog moet hebben zien bouwen. De zoon overleed er in 1977.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.