Statenkwartier van toen: uit het verleden van de Fred (3)

door Karel Wagemans

Voor Nederland begon de Tweede Wereldoorlog op 10 mei 1940 met de Duitse inval, die gevolgd werd door de bezettingsjaren. Vanaf 1942 kreeg die bezetting een steeds grimmiger karakter. De eerste jodendeportaties begonnen in juni van dat jaar en eind november werd (mede) de ontruiming van het Statenkwartier gelast vanwege de aanleg van de Atlantikwall. Die evacuatie trof vanzelfsprekend ook de ondernemers van de Frederik Hendriklaan, waarvan de meesten achter of boven hun zaak woonden. Zij zagen zich dus voor de dubbele opgave gesteld de eigen boedel én die van hun onderneming naar elders te moeten verhuizen.

In 1941 lag dat alles echter nog in het verschiet. Juli van dat jaar zag de opening van een filiaal van de toen bekende en van oorsprong  Rotterdamse luxe broodbakker Paul C. Kaiser op nummer 159.  De Residentiebode van 5 juli 1941 vermeldt daarover: ‘De pas ontsloten winkelzaak [was] in een oogwenk met een overgroot aantal koopers gevuld.’ Die kopers, zo voegde de verslaggever er – wellicht ten overvloede – aan toe, bestonden uit ‘het betere Haagsche publiek´. (Een andere firma met een Duitse naam en eveneens van Rotterdamse origine, de slijterij Wilh. Richters, was overigens al sinds 1925 met een verkooppunt op de Fred te vinden.) Eind juni 1942 heropende worstmaker Albert Pippers op nummer 172 vervolgens het filiaal van wat voordien de firma Mussert was, een slagerij die al vanaf 1907 op de Fred zaken deed. Het was beslist geen toeval, dat de nieuwe exploitant, een geboren Duitser, in zijn klanten wervende advertenties zo nadrukkelijk naar de naam van zijn voorganger verwees. Het was uiteraard tevens die van NSB-leider Anton Mussert (een achterneef van de in 1923 overleden slager). Aan de ontruiming van 1942/1943  ontkwam Pippers echter net zo min als de andere winkeliers van de Fred. Om het hier tot twee van hen te beperken: banketbakker Plasman van nummer 106 (tot 1919 genummerd als 76) verhuisde in die dagen naar de Laan van Meerdervoort 189A, nabij de Reinkenstraat, en slager Haaksma, de voorganger van Waaijer, van nummer 275 naar de Dierenselaan 38. Beide zaken keerden na de bevrijding op hun vroegere bedrijfsplek terug, waar zij sinds 1909 gevestigd waren.

Geen verhuizing, maar een vergassing wachtte de joodse fruithandelaar, Leendert Cohen, van nummer 179. Hij, zijn vrouw en hun drie kinderen werden in 1943 in Sobibor omgebracht. Van de bijna 11.000  Haagse joden die hier in 1940 woonden, overleefden er slechts zo’n 500 de hen aangedane gruwelen. Aan de donkere dagen van de bezetting kwam in mei 1945 een eind. Maar het zou nog jaren duren, voordat het dagelijks leven hier weer min of meer zijn normale gang hernam. Er heerste grote woningnood en voedsel, kleding en brandstoffen bleven voorlopig schaars.

Niettemin floreerde in die eerste naoorlogse tijd in elk geval de ambulante handel op de Fred. Niet tot genoegen van iedereen overigens. Uit de mond van gemeenteraadslid N. Veldhoen werd begin maart 1949 genoteerd: ‘De vele stilstaande wagens met bloemen, fruit en diverse artikelen geven vooral Zaterdags meer het idee van een markt dan een laan. De luidruchtige wijze, waarop de artikelen worden aangeprezen, en de rommel die bij het vertrek achterblijft, hebben noch bij de winkeliers noch bij de bewoners veel bewondering.’  En als Statenkwartierder kon Veldhoen het weten! In diezelfde tijd opende trouwens G. Otto zijn bloemenstal op de hoek van de Frederik Hendriklaan/Statenlaan. Hij heeft er bijna 45 jaar gestaan.

Drukte van een ander soort was er in die dagen ook. De avondrijtoer op zaterdag 18 september 1948 van de kort tevoren ingehuldigde koningin Juliana voerde namelijk mede over een feestelijk verlichte Fred. Haar komst in de crème calèche, waarin zij samen met prins Bernhard en de prinsesjes Beatrix, Irene en Margriet gezeten was, trok veel publiek. Een toenmalige bewoonster zou zich vele jaren later herinneren: ´We kregen die avond diverse vrienden over de vloer, die het allemaal eens goed wilden zien, omdat de koets vlak bij ons voor de deur langs zou rijden. En dat gebeurde ook, maar wel in een ijltempo. Nog binnen de seconde was het alweer voorbij!´

De opgenomen advertenties zijn afkomstig uit de couranten van toen.

1 antwoord
  1. karel wagemans zegt:

    Volledigheidshalve kan aan deze tekst nog worden toegevoegd, dat de herinnering in de laatste alinea afkomstig is van mevrouw M.A. de Graaff-Linnebank. Zij woonde toen met haar man achter de haardenwinkel van Leemburg op nummer 93.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.