Statenkwartier van toen: Het Haagsch Genootschap (Deel 1): De kweekschool

door Karel Wagemans

Opmerking vooraf: Leerkrachten die tevens inwoner waren van het Statenkwartier staan vermeld met hun geboorte- en sterfjaar.

In gesprek met een journalist van Het Vaderland over zijn 30-jarig jubileum als directeur van de kweekschool aan de Antonie Duyckstraat vermeldde Dirk de Boer (1877-1952) met enige trots, dat hij een telg was uit een echte ouderwetse schoolmeestersfamilie. Zijn vader was jarenlang hoofd van de openbare lagere school – tegenwoordig zeggen we basisschool – in het Westfriese Grootebroek. De Boer herinnerde zich dat deze, lang voordat die aanpak tot systeem werd, al “daltoniseerde” door elke leerling de benodigde individuele aandacht te geven. Die pedagogische benadering was hem om zo te zeggen met de paplepel ingegeven. Van zijn acht zusters en drie broers waren er tien, net als hijzelf, in het onderwijs beland. Ongetwijfeld zou zijn jongste zuster daarin eveneens haar bestemming hebben gevonden, ware het niet dat zij in haar tienertijd overleed. En ook De Boers kinderen waren alle vier voor de klas terechtgekomen. Zijn eigen opleiding tot onderwijzer kreeg hij van 1892 tot 1896 aan de rijkskweekschool te Haarlem. Pieter van der Ley was daar toen de zeer gewaardeerde directeur, een pedagoog uit de kring van Jan Ligthart (van de bekende leesboekjes van Ot en Sien). De Boer zou later opmerken veel aan Van der Ley te danken hebben gehad.

Advertentie uit Het Vaderland van 22 mei 1935. De kweekschool aan de Antonie Duyckstraat bestond toen een kwart eeuw

Na drie jaar als onderwijzer te Zandvoort voor de klas te hebben gestaan, stapte De Boer in 1899 over naar de openbare lagere school aan de Passeerdersgracht te Amsterdam. Op dat moment stond daar Jac. P. Thijsse aan het hoofd, de man van de later zo populaire Verkade-albums. Gelegen in de Jordaan, was het “een echte volksschool,” vertelde De Boer in het hierboven genoemde interview. “Ik had er 56 kinderen in mijn klas. [Daar] heb ik geleerd van kinderen te houden. Je ging veel met ze wandelen – er waren er bij, die het Vondelpark nog nooit gezien hadden. En dan kon dat onvervalschte volkgoedje toch zulke kostelijke vragen doen en soms heel pientere opmerkingen maken.” Tussentijds behaalde hun onderwijzer diverse aktes, waaronder Duits, alvorens in september 1909 naar Den Haag te verhuizen. Samen met zijn vrouw en kinderen – hij was in 1904 getrouwd – werd hij er de eerste bewoner van de Antonie Duyckstraat 87; het is tot najaar 1918 hun adres gebleven. De komst naar hier was een gevolg van De Boers benoeming tot directeur van de toen net in aanbouw zijnde kweekschool van het Haagsch Genootschap even verderop in de straat. Hij kon de bouwactiviteiten dus min of meer vanuit huis volgen en dat zal hij dan ook beslist gedaan hebben. De school – of liever gezegd de scholen, want aan de kweekschool was een leerschool verbonden – werd in mei 1910 in gebruik genomen. Aan de leerschool zal in een volgend stuk apart aandacht worden besteed.

De kweekschool aan de Antonie Duyckstraat, tegenwoordig het Maris College. Foto uit een geïllustreerde brochure van 1910

Het Haagsch Genootschap dateert als organisatie in zijn oervorm uit 1785 en berust op confessionele grondslag. Doel was een christelijk tegenwicht in de vrijzinnig protestantse variant te bieden aan diverse maatschappelijk ontwrichtend geachte ideologieën. Om die reden meende het bestuur van dit genootschap, zo deelde de Haagsche Courant zijn lezers op 30 september 1909 mee, dat het lager onderwijs inmiddels sterk behoefte had “aan jonge mannen en vrouwen, die degelijke kennis hebben verworven ook op godsdienstig gebied, en ernstig hebben leeren nadenken over de groote vraagstukken des levens.” En daarin ging de kweekschool nu dus voorzien. Nadat de opening ervan begin mei 1910 had plaatsgevonden, berichtte De Avondpost: “Het is een flink uitmuntend ingericht schoolgebouw met marmeren trappen, ruime vestibules en gangen en doelmatig ontworpen leerlokalen, beantwoordende aan de strengste eischen der hygiëne. Licht en lucht overal.” Begane grond en eerste verdieping waren bestemd voor het lager onderwijs ter voorbereiding op HBS en gymnasium. Voor het theoretisch onderricht van de kwekelingen was de tweede verdieping bestemd, terwijl zij beneden de  gewenste praktijkervaring konden opdoen. Toen de lessen kort daarop van start gingen, hadden zich 56 (voornamelijk vrouwelijke) gegadigden voor de opleiding aangemeld. Verdeeld over twee klassen werden zij door De Boer en acht anderen geïnstrueerd langs de weg van “zelfontwikkeling onder zorgzame leiding”. Pieter Gertenbach (1874-1954) werd tot onderdirecteur benoemd en zou, zoals De Boer dat bij diens afscheid in 1934 verwoordde, “een kracht van beteekenis voor de school” blijken.

Afscheid van Pieter Gertenbach in 1934. Deze zit rechts, links zit Dirk de Boer. Detail van een groepsfoto in de gymnastiekzaal van de kweekschool (HGA)

Evenmin als Gertenbach was de rest van in 1910 door De Boer geselecteerde kweekschooldocenten uit Den Haag afkomstig. En dat was misschien de reden dat zij vrijwel allemaal een woning in de directe nabijheid van de school zochten. De Antonie Duyckstraat gooide in dat verband hoge ogen. Behalve De Boer vonden daar ook Gertenbach – op nr. 11 – en nog drie anderen onderdak, terwijl het adres van gymnastiekleraar Arend Rooseboom (1877-1938) al snel Van Slingelandtstraat 17 werd en dat van de lerares Frans, mejuffrouw Carolina Slotemaker (1886-1956), Van Aerssenstraat 237. Alleen Pier Jonker (voor muziek en zang) en Herman van As (voor slöjd, de Zweedse vorm van handvaardigheid) kwamen buiten het Statenkwartier terecht. De eerste in de Riouwstraat, de tweede in de Fahrenheitstraat. Het bij elkaar in de buurt wonen bevorderde kennelijk ook het onderlinge buitenschoolse contact. Een foto uit 1928 toont in elk geval de samenkomst van een groep van hun kinderen. Behalve die van gymnastiekleraar Rooseboom en leraar plant- en dierkunde Willem Varossieau (1878-1944) uit de Antonie Duyckstraat 58 staan daarop ook die van de directeur zelf. Zijn drie zonen onderscheidden zich van de anderen door hun helblonde haar, zoals op de foto duidelijk te zien valt. De knaap pal voor Rie de Boer is Wim Rooseboom, die als luitenant-vlieger op 10 met 1945, de eerste oorlogsdag, in Zeeland door de Duitsers uit de lucht werd geschoten: 23 jaar oud en net een paar maanden getrouwd.

Op de achterste rij: Herman en Dik de Boer. Naast Herman zijn zuster Rie – met voor haar Wim Rooseboom – en half voor Dik zijn broertje Albert. (HGA)

Dat door opgelegde regels van bovenaf gaandeweg moest worden gesneden in de uren besteed aan expressieve of praktische vorming ging De Boer aan het hart, zo blijkt uit het slot van zijn interview met Het Vaderland. Niettemin was hij ervan overtuigd dat daarmee tegemoet werd gekomen aan de eisen van een nieuwe tijd. “Er kermt eenige weemoed in zijn stem” bij de constatering, dat dit soort kwesties over drie jaar geheel buiten hem om zullen gaan, noteerde de journalist. Enfin, die moest hij dan maar aan zijn opvolger overlaten… De Boer kon zich op dit moment uiteraard niet indenken, dat die opvolger zich midden in oorlogstijd voor geheel andere kopzorgen geplaatst zou zien vanwege de algehele evacuatie van het Statenkwartier. Die oekaze van de bezetter dwong ook De Boer zelf de wijk te verlaten, waar hij inmiddels al zolang had gewoond. Sinds april 1923 was dat aan de Van Beverningkstraat 131. Hij en zijn vrouw zijn na de bevrijding niet naar dat adres teruggekeerd. Zijn vroegere kwekelingen zouden zich hem blijven herinneren als “een goed, braaf mens”. Zijn opvolger Jan Jonges (1904-1989), voorheen verbonden aan de gemeentelijke kweekschool van Amsterdam als leraar pedagogie, zag zich binnen vier maanden na zijn aantreden in augustus 1942 geconfronteerd met de noodzaak tot herhuisvesting van de kweekschool. Jonges woonde op dat moment met zijn gezin in de Van Dijckstraat in de Schilderswijk. Die omstandigheid heeft toen waarschijnlijk meegespeeld bij de beslissing om de kweekschool voorlopig onder te brengen in het lagere schoolgebouw (indertijd de Marnixschool) aan de Ferdinand Bolstraat. 

Jan Jonges, de tweede (en laatste) directeur van de kweekschool. Foto uit Het Vaderland d.d. 26 oktober 1960

Eind september 1945 kon de draad in de Antonie Duyckstraat weer worden opgenomen. Toen werd daar ook het Dalton-project-systeem ingevoerd – door Jonges tijdens een interview met Het Vaderland eind oktober 1960 toegelicht als: “Het onderwijs aan deze school gaat uit van het existentialistisch antropologisch phrenologisch standpunt en volgt de phenomenologische methode.” Duidelijke taal! De invoering van de Mammoetwet in 1968, die een rigoreuze herziening van de bestaande onderwijsvoorzieningen met zich meebracht, luidde ook het einde van de vroegere kweekschool in. Die heet sindsdien de PABO (Pedagogische Academie voor het Basis-Onderwijs). Jonges, die in 1946 in de Frankenstraat 50 was komen wonen, legde eind juni 1969 zijn directeurstaken neer Het was niet zijn enige afscheid dat jaar, want in november stierf zijn vrouw, Hijzelf heeft zich later in een seniorencomplex te Doorn geïnstalleerd, waar hij op 85-jarige leeftijd is overleden. 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.