Statenkwartier van toen: De theatrale uitvaart van een eedbreker

door Karel Wagemans

Half januari 1940 viel in veel kranten te lezen, dat de vroegere chef van de Generale Staf, luitenant-generaal H.A. Seyffardt, met zijn auto op de Verhuellweg was geslipt en tegen een boom gebotst, waardoor hij zijn been had gebroken. Menigeen – en misschien hijzelf ook – zou niet veel later betreuren dat het zijn nek niet was geweest. Vanwege zijn nauwe samenwerking met de Duitse bezetter duidde de verzetskrant Vrij Nederland Seyffardt reeds in september 1941 aan als een “landsverraderlijken eedbreker”, terwijl een ander verzetsblad, De Oranjekrant, hem in mei 1942 aan de schandpaal nagelde als een eerloze mislukkeling en baantjesjager. Zijn huisadres op de Statenlaan 103 bleef hierbij niet onvermeld en werd voorzien van de aantekening, dat hij en al zijn kinderen “fout” waren. Als het ware een uitnodiging tot liquidatie zou je zeggen. En die is inderdaad gevolgd. Maar niet in het Statenkwartier, want als gevolg van de evacuatie van de wijk was Seyffardt inmiddels naar het Benoordenhout vertrokken.

Luitenant-generaal Hendrik Alexander Seyffardt als chef van de Generale Staf  (Oorlogsbronnen.nl)

Aan de daar op hem gepleegde dodelijke aanslag in de Van Neckstraat 36 wijdde Anne-Helene Borgts-Kooijmans in oktober 2020 een artikel in het wijkblad van het Benoordenhout. Buiten beschouwing hierin blijft, dat Seyffardt toen pas enkele weken op dit adres te vinden was na voordien een kwart eeuw in het Statenkwartier te hebben gewoond. Hij begon zijn militaire loopbaan als cadet in 1888 te Breda. In de rang van kapitein werd hij in juli 1917 vanuit Amersfoort naar Den Haag overgeplaatst. Met zijn vrouw, Alida Bervoets, en hun drie kinderen betrok hij in die tijd de Van Aerssenstraat 115. Na het huwelijk van de oudste dochter en zoon werd in 1932 verhuisd naar de François Maelsonstraat 27. Daar heeft ook enige tijd Cateau Bervoets, het verweesde, half-Indische nichtje van zijn vrouw, bij tante, oom en hun jongste dochter ingewoond. Seyffardt was ondertussen in 1930 tot luitenant-generaal bevorderd na een jaar eerder tot chef van de Generale Staf te zijn benoemd. In maart 1934 werd het 120-jarig bestaan daarvan herdacht met een feestelijke en drukbezochte receptie in de Ridderzaal. Seyffardt vervulde bij die gelegenheid als gastheer een centrale rol. Twee maanden hierna ging hij met pensioen. Niet lang nadien begon zijn publieke optreden fikse weerstanden op te roepen.

Hoofdaalmoezenier van leger en vloot, monseigneur F.J.H. Evers, schudt Seyffardt de hand tijdens de receptie in de Ridderzaal t.g.v. het 120-jarig bestaan van de Generale Staf op 10 maart 1934. (HGA)

Want aangevuurd door een gloeiende afkeer van het bolsjewisme raakte Seyffardt al snel verzeild in de kringen van de toen in Nederland opkomende Nationaal-Socialistische Beweging (NSB). Van die partij werd hij in april 1937 lid, een handeling die direct in de publiciteit kwam dankzij partijleider Mussert en tot veel kritiek aanleiding gaf. Het was voor Seyffardt op dat moment reden zijn lidmaatschap in september van dat jaar alweer te beëindigen. Maar van enige afstand nemen van het nationaalsocialistisch gedachtengoed was zijnerzijds geen sprake. Naar later bleek, trad hij in juli 1941 – nu onder het zegel van geheimhouding – opnieuw tot de partij toe. Ons land was op dat moment al 14 maanden bezet en Seyffardt woonde sinds anderhalf jaar op de Statenlaan 103. Het was daar dat hij het besluit nam om in te gaan op het Duitse aanbod om het bevelhebberschap van het Vrijwilligerslegioen Nederland op zich te nemen. Een bijkomende reden voor die beslissing zou kunnen zijn, dat hij bezigheden buitenshuis zocht. Zijn oude vrienden meden hem, zijn jongste dochter stond op het punt te trouwen en zijn vrouw was zwaar ziek – zij overleed begin januari 1942.

Een mistroostige foto van de Van Aerssenstraat omstreeks 1940 (HGA). Seyffardt  woonde van 1917 tot 1932 op nr. 115, ongeveer ter hoogte van de lantaarnpaal rechts; Statenlaan 103, zijn adres sinds 1940, is daar net om de hoek

Het legioen in kwestie was bestemd voor Nederlanders die op vrijwillige basis in dienst wilden treden om samen met de Duitsers strijd te voeren tegen de toenmalige Sovjet-Unie, waartegen eind juni 1941 de wapenen waren opgenomen. Fysieke deelname werd van de 70-jarige Seyffardt ongetwijfeld niet verwacht, maar hij kon uitstekend dienen als publicitair uithangbord. René ten Dam schreef hierover in 2010 op Dodenakkers, de website over funerair erfgoed, in zijn bijdrage De dood van een gevallen generaal: “Seyffardt was er stellig van overtuigd dat hij Nederlanders er toe kon bewegen zich in groten getale te melden om dienst te nemen in het Vrijwilligerslegioen. De belangstelling viel echter tegen. De meeste aanmeldingen waren bovendien van leden van de NSB, terwijl de Duitse bezetter gehoopt had ook veel voormalige militairen en anderen aan te trekken. In de praktijk zou het legioen niet anders fungeren dan als een eenheid van de Waffen-SS, dit tot teleurstelling van Seyffardt die een zelfstandige eenheid voor ogen had. [Hij] stond door zijn rol symbool voor de militaire collaboratie en daarmee werd hij een belangrijk doelwit voor het verzet.” Ongenoemd blijft dan nog dat Seyffardt als Nederlands officier zijn afgelegde eed van militaire trouw aan de koningin langs deze weg bewust had geschonden. En dat was iets waar in die tijd niet licht over werd gedacht.

Seyffardt als bevelhebber van het Vrijwilligerslegioen (Gentleman’s Military Interest Club)

Gerrit Kastein, leider van een Amsterdamse verzetsgroep, kwam in januari 1943 met het plan Seyffardt als prominent collaborateur uit te schakelen ten einde het moreel bij degenen die met de Duitsers heulden te ondermijnen. Samen met Jan Verleun belde hij op 5 februari 1943 in de Van Neckstraat aan. Toen Seyffardt de voordeur opendeed, werd hij neergeschoten en overleed een dag later aan zijn verwondingen. De Duitsers reageerden met razzia’s, waarbij vele honderden jongemannen werden opgepakt. Kastein liet nog diezelfde maand het leven, Verleun werd begin januari 1944 gefusilleerd. Seyffardts gewelddadige dood voorzag de Duitsers van een uitgelezen middel om hun overwicht te manifesteren. Dat gebeurde door van diens uitvaart een naar Nederlandse begrippen ongekend theatraal spektakel te maken. In dit verband is de binnen het nationaalsocialisme zo vaak gebezigde term “volksvreemd” nu eens volkomen van toepassing. Hoe dan ook, het werd een uitvaart zoals geen enkele (oud-)Statenkwartierder ooit ten deel is gevallen. Seyffardts kist, bedekt door de aloude prinsenvlag – het oranje-blanje-bleu – met daarop zijn eresabel en de in loop der tijd aan hem toegekende hoge ordetekenen, werd voor de toegang tot de Ridderzaal geplaatst, geflankeerd door twee zuilen met elk een vlammende schaal erbovenop. Toespraken werden afgestoken en landvoogd Seyss-Inquart, die Seyffardt roemde als “eines so edles Mannes” en “ein wahrer niederländischen Patriot”, legde een krans namens de Führer.

Seyffardts kist op een katafalk bij de toegang tot de Ridderzaal met een krans van Hitler (Oorlogsbronnen.nl)

Vervolgens formeerde zich een stoet, die voorafgegaan door een muziekkorps van de Wehrmacht en gevolgd door de kist op een affuit, langs de Hofvijver en het Voorhout naar de Bosbrug schreed, waar toen de Leidestraatweg begon. Hier werd de kist tijdens het afvuren van drie salvo’s naar een gereedstaande lijkwagen overgebracht, die vervolgens naar het crematorium Westerveld bij Velsen reed. Daar waren slechts familie en enkele vrienden aanwezig voor een sobere afscheidsplechtigheid. Na de bevrijding werd de rekening met Seyffardts zoon vereffend, die gedurende zijn vaders bevelhebberschap van het Vrijwilligerslegioen als diens adjudant had gefungeerd en bovendien propaganda voor de bezetter had gemaakt. Er volgde een veroordeling tot vier jaar celstraf, terwijl hij tevens een langdurig publicatieverbod kreeg opgelegd en hem geruime tijd het kiesrecht werd ontnomen. Het valt in de kranten van toen terug te lezen. Zijn (tweede) huwelijk was al in 1944 ontbonden, een lot dat ook de verbintenis van zijn oudere zuster trof. Haar man, een Nederlands officier, vocht vanaf mei 1940 mee aan de zijde van de geallieerden en dat betekende het einde van hun samenlevingsverband. Seyffardts jongste dochter werd weliswaar gelijktijdig met haar broer door de Binnenlandse Strijdkrachten gearresteerd bij een inval in een pand op de Laan van Meerdervoort, maar daar schijnt het verder bij te zijn gebleven. Ze stierf hoogbejaard in 2008.

De stoet onderweg ter hoogte van de Gevangenpoort (Oorlogsbronnen.nl)

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.