Statenkwartier van toen: Afscheid van een (t)huis
door Karel Wagemans
Hoewel Kees van Kooten op 10 augustus a.s. de respectabele leeftijd van 85 jaar hoopt te bereiken, behoort hij als oud-bewoner van het Statenkwartier van naam beslist tot de jongere garde. De latere cabaretier en schrijver was 14 toen hij in oktober 1955 met zijn ouders en 10-jarige zus Anke vanuit de Vreeswijkstraat 174 naar de Van Loostraat 17 verhuisde. Het is tot juli 1968 formeel zijn adres gebleven. Zijn moeder is er tot kort voor haar dood in augustus 1999 blijven wonen; zijn vader was al in januari 1979 overleden. Over deze laatste periode van zijn moeders leven heeft Kees van Kooten liefdevol en vaak roerend verslag gedaan in Annie. Aan dat boekje – het telt 60 pagina’s en verscheen in juni 2000 – is veel van het onderstaande ontleend.

Bill en Annie van Kooten met zoon en dochter in de tuin van het nieuwe huis in de Van Loostraat, 1956 (eigendom Kees van Kooten)
Annie, de roepnaam van Anna Geertruida Snaauw, werd te Den Haag geboren in april 1910, en trouwde op 17 augustus 1938 met Cornelis (“Bill”) Reinier van Kooten, die van september 1909 was. Het bericht van de geboorte van hun eerste kind, zoon Kees, in de Haagsche Courant van 12 augustus 1941 werd door de blije ouders voorzien van de wens, dat het “een echte Hollandsche jongen” mocht worden. De fameuze sketch uit 1985 met Kees als Arie Temmes in “Do is der Bahnhof” wortelt in zekere zin dus in historisch voorgeploegde grond. De andere rol, die van broer Gé Temmes, werd uiteraard gespeeld door Wim de Bie (1939-2023). Kees van Kooten leerde hem in ongeveer in dezelfde tijd dat de familie naar de Van Loostraat verhuisde op het Dalton aan de Aronskelkweg kennen. Wim zat daar in een hogere klas en woonde in de nabijgelegen Parsifalstraat 14. Veel van hun creaties zijn onvergetelijk geworden en met name de “vrije jongens” Jacobsen en Van Es zullen niet snel uit het nationale geheugen verdwijnen. In Annie wordt aan de samenwerking tussen de twee vrienden nauwelijks gerefereerd, terwijl het vroegere gezinsleven op de Van Loostraat slechts summier ter sprake komt. Zoals de afkeer van zijn vader over de kattenharen die tijdens het avondeten in de andijvie opdoken of bij het overdag moeten aandoen van de schemerlamp in de voorkamer, omdat de buiten geplante vuurdoorn op de plek van een gelichte straattegel het daar door de uitbundige groei zo schemerig maakte. Maar gesnoeid mocht er van de vrouw de huizes niet worden. Want een beetje ongerief van dier of plant mocht wel voor lief worden genomen. Daarin manifesteerde zich haar nauwe betrokkenheid bij alles wat leefde. Toen de kromme oude seringenboom in de tuin tijdens een storm sneuvelde, raakte haar dat als een bijna persoonlijk verlies. Haar gevoelens hierover zette ze om in een gedicht, dat haar zoon ook in Annie opnam.

Aert van der Goesstraat, hoek Van Loostraat in 1985. Uiterst rechts is de woekering van de vuurdoorn voor nr. 17 nog net te zien (HGA)
De focus van Annie ligt op de toenemende dementie van zijn moeder, door Kees van Kooten tegen haarzelf liefdevol afgezwakt tot: “af en toe een heel klein beetje in de war” (pag. 17). In elk geval werd op den duur steeds duidelijker, dat voortzetting van deze situatie niet langer verantwoord was. Te meer waar zijn moeder geen vreemden in huis wilde hebben om – waar nodig – de helpende hand toe steken. Het zal voor velen herkenbaar zijn. Zoon Kees, die inmiddels (weer) in Amsterdam woonde, moest daarom regelmatig allerlei klusjes in Den Haag komen opknappen. Gelukkig lag er gereedschap van zijn vader in de gangkast van de Van Loostraat; zijn moeder behoorde nog tot de generatie die nooit iets wegdeed. Tijdens de werkzaamheden liet Kees van Kooten dan vaak een geruststellend geneurie horen om zijn moeder wijs te maken, dat alles gesmeerd liep. Maar dat was slechts zelden het geval. Zoals hij op enig moment gelaten constateerde: “Dit hele huis is scheefgegroeid en alles kraakt, klemt en laat los” (pag. 27). Niet echt verbazingwekkend, omdat de oplevering ervan uit 1907 dateert en het pand er toen dus al zo’n 90 jaar op had zitten. De eerste bewoners blijken de bij Het Vaderland werkzame journalist Herman Cornelissen met echtgenote Wilhelmina Schepp te zijn geweest; hun drie kinderen zijn er geboren. Begin 1914 emigreerde die familie naar Basic City in de Verenigde Staten. Het gezinshoofd – inmiddels bloemist – overleed in 1932 aan een acute hartstilstand. Zoon Willem stierf in 1951 te Lynchburg na een partijtje golf, waar hij met fataal gevolg door de bal was geraakt. Beide plaatsen, allebei in Virginia, zouden vanwege hun naam zó uit een sketch van het duo Van Kooten en De Bie kunnen komen.
Het samenwerkingsverband tussen Kees van Kooten en Wim de Bie, dat in de ruim dertig jaar ervoor in verschillende vormen gestalte had gekregen, werd in 1998 op initiatief van Kees beëindigd. Hij was inmiddels bijna 57 en vond het tijd worden om ruimte maken voor andere zaken, die hij in en aan zijn hoofd had. Eentje daarvan, en die dringend om een oplossing vroeg, was de woonsituatie van zijn moeder. Samen met zijn zus Anke, die van professie beeldhouwster was geworden, al jaren in Maastricht woonde en daar een galerie runde, wist hij dat “piekfijn” te regelen, zoals hij het zelf in Annie verwoordt (pag. 20). In de wetenschap dat hun moeder niet graag uit het Statenkwartier wegwilde, hadden zij een prachtige kamer met een eigen balkon en badgelegenheid voor haar gevonden in het luxueuze verzorgingshuis Résidence op de Willem de Zwijgerlaan 58 en die vervolgens ingericht met haar eigen mooie spulletjes. Eenmaal daar miste ze echter naar naaidoos voor het geval ze eens een knoop moest aanzetten. Geen probleem: zoonlief ging wel even een klosje garen en een paar naalden voor haar kopen op de Frederik Hendriklaan. Om vervolgens mismoedig te moeten noteren: “Op de anderhalve kilometer lange Frederik Hendriklaan met zijn honderdvijftig winkels is nergens naald en draad te krijgen” (pag. 36). Wie wil weten hoe Kees van Kooten toch nog slaagde, leze Annie! Wat haar nieuwe woonplek betreft, bleek zijn moeder vooral ingenomen met de ontdekking van die aardige sigarenwinkel van Overman op de hoek van de Willem de Zwijgerlaan en de Van Boetzelaerlaan – men kan er tegenwoordig terecht voor een Thaise massage. Ze miste namelijk die prettige zaak van “thuis” nogal: vrijwel naast de deur, op de hoek van de Aert van der Goesstraat. Ze kocht er altijd haar pakje Peter Stuyvesant (ultra light). Maar ook Smokers Paradise van Glijn [zie de tweede foto] heeft sindsdien allang het veld geruimd en is nu het adres van kapsalon La Joy.
Hoewel Kees van Kooten meende nu eens ongestoord van zijn vakantie in Frankrijk te kunnen genieten zonder daar te worden opgeschrikt door berichten over valpartijen van zijn moeder, pakte dat anders uit. Op 11 augustus 1999 hoorde hij, dat ze in het verzorgingshuis een lelijke val van de trap had gemaakt en in het ziekenhuis was opgenomen. Ze overleed er acht dagen later met zoon en dochter aan haar sterfbed. Met toestemming van de nieuwe huiseigenaar strooiden die later dat jaar haar as uit in de tuin van de Van Loostraat 17: op de plek waar vroeger haar geliefde seringenboom had gestaan.





Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!