Statenkwartier van toen: Multatuli’s as bevond zich jarenlang in het Statenkwartier

door Karel Wagemans

Eduard Douwes Dekker (1820-1887), beter bekend onder zijn schrijversnaam Multatuli, was de eerste Nederlander ooit die werd gecremeerd. Die gebeurtenis vond plaats in Duitsland, waar hij ook stierf. In ons land was lijkverbranding in die tijd nog bij wet verboden; het zou tot 1914 duren voordat hier (bij Velsen) het eerste crematorium in gebruik werd genomen. De loden bus met zijn as kwam na de afwikkeling van de procedures terecht bij de weduwe. Dat was Mimi Schepel (1839-1930), die op 1 april 1875 Multatuli’s tweede echtgenote was geworden. Mimi en “Dek”, zoals zij hem noemde, leefden overigens al sinds november 1869 te Wiesbaden met elkaar samen, na voordien in eigen land reeds jaren vrij openlijk een meer ongeregelde verhouding met elkaar te hebben gehad. Multatuli was toen nog getrouwd met de lijdzame Tine, die de moeder was van zijn twee kinderen en misschien ook daarom niet formeel van hem wilde scheiden. Dit probleem werd opgelost met haar overlijden in september 1874. Naar de fatsoensnormen van die dagen was Multatuli’s gedrag hoogst onbetamelijk. Kritiek bleef hem dan ook niet bespaard en ook Mimi ontving haar deel. Dat de dochter van een hoge officier zich als “een meid van de straat” gedroeg!

Multatuli (Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis)

Na Multatuli’s dood keerde Mimi naar Nederland terug om in Amsterdam te gaan wonen. Zij verliet die stad in 1902 door met  haar vriendin en verzorgster Cateau Everts (1879-1956) naar Den Haag te verhuizen. Beide dames namen hier eerst hun intrek aan de Duinweg, maar vertrokken in januari 1906 naar de Adriaan Pauwstraat 44. Dat huis was toen net opgeleverd en dus gloednieuw. Ze hebben er tot mei 1915 gewoond. Daarna was er nog sprake van een jaar inwoning bij de weduwe A.J. van Opdorp op het Stadhoudersplein 111 (nu: Cornelis de Wittlaan), alvorens in maart 1916 een laatste verhuizing plaatsvond naar de Archimedesstraat 11 in Duinoord. Na een valpartij op straat werd de inmiddels 90-jarige Mimi met een heupfractuur opgenomen in de diaconesseninrichting Bronovo, die indertijd nog aan de Laan van Meerdervoort zat. Zij is daar eind september 1930 aan een longontsteking overleden.

De sierurn (Multatuli Museum)

Bij al haar verhuizingen reisde de as van Multatuli met Mimi mee. Een medewerker van De Nieuwe Courant zou zich in 1910 herinneren: “In mijn jeugd heb ik te haren huize dikwijls op een zuil in de voorkamer een fraaie urn zien staan met het opschrift Multatuli.” Dat was nog te Amsterdam, maar in haar Haagse woningen zal het niet anders zijn geweest. Het verhaal dat de sierurn daar bij haar op de schoorsteenmantel stond lijkt (vanwege de omvang van het object) vrij onwaarschijnlijk. Hoe dan ook, de as van de schrijver van Max Havelaar bevond zich bij Mimi thuis en aldus zo’n 10 jaar in het Statenkwartier. Dat historische feit wordt hier weliswaar voor het eerst opgetekend, maar voegt zich voor het overige naadloos in het Indische verleden van onze wijk.

Het huis van Mimi en Cateau is het tweede rechts, dat met de openstaande ramen op de eerste etage (ca. 1910, HGA)

Tegen 1920 werden er allerlei plannen gesmeed om Multatuli’s 100ste geboortedag op bijzondere wijze te gedenken. Eentje daarvan was de oprichting van een speciaal aan hem te wijden museum in zijn geboortehuis in de Korsjespoortsteeg te Amsterdam. In afwachting van de realisatie van dat plan werd begin maart 1920 een voorlopige tentoonstellingsruimte van “Multatuliana” in het Stedelijk Museum van de hoofdstad in gebruik genomen. Tussen alle souvenirs bevond zich ook de sierurn met de as van de schrijver, die door Mimi “was afgestaan, hoe zwaar het haar ook viel”. Een persoonlijke overhandiging had niet kunnen plaatsvinden doordat de schenkster op dat moment “door ziekte aan bed gekluisterd was,” aldus De Telegraaf.

Mimi Schepel en Cateau Everts (ca. 1910, collectie Multatuli Universiteit van Amsterdam)

Het zou echter tot 1975 duren alvorens het aan Multatuli gewijde museum op de gewenste plek kon worden geopend en de sierurn daar werd neergezet. Maar de as van de schrijver bevatte die inmiddels niet meer. De loden bus met diens resten was in 1948 overgebracht naar Westerveld, de begraafplaats annex crematorium bij Velsen. Er was daar een speciaal monument voor hem opgericht, waaronder tevens Mimi’s as werd bijgezet. Want ook zij had beschikt om na haar dood gecremeerd te worden. De bij dit artikel getoonde krantenfoto uit het sociaaldemocratisch dagblad Voorwaarts van 30 september 1930 toont haar uitvaart op Westerveld.

 

1 antwoord
  1. karel wagemans zegt:

    Voor alle duidelijkheid nog dit. De naam Cornelis de Wittlaan voor het resterende deel van het Stadhoudersplein (waarvan de overzijde op de grens van Duinoord tijdens de oorlog werd gesloopt) is in 1951 ingevoerd.
    Het Stadhoudersplein 111 werd toen door hernummering Cornelis de Wittlaan 129. Het pand staat op de hoek van de Van Boetzelaerlaan.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.