Buurtbinding met Bob Evers

door Karel Wagemans

In het alleszins turbulente leven van Willem van den Hout (1915-1985) heeft het ook aan verhuisdrukte niet ontbroken. Vanaf zijn eerste huwelijk in 1937 tot aan zijn dood in 1985 heeft hij ruim dertig adressen het zijne mogen noemen. Van die adressen lagen er vijf in onze wijk: Frankenslag 40, Frederik Hendriklaan 23, Van Aerssenstraat 263, Frederik Hendriklaan 119 en Van Beuningenstraat 33. Landelijke bekendheid verkreeg Van den Hout in de jaren 1950 onder zijn nom de plume Willy van der Heide met de door hem geschreven jongensboeken over de avonturen van Bob Evers, Arie Roos en Jan Prins. Dat was nog eens andere kost dan de gangbare brave jeugdlectuur van toen! En het resultaat was navenant. Geschat wordt dat er in de loop der tijd zo’n vijf miljoen exemplaren uit de reeks zijn verkocht.

Waarom de serie is vernoemd naar de nogal kleurloze Amerikaan Bob Evers, die trouwens in meerdere delen schittert door afwezigheid, schijnt als vraag nooit aan de schrijver te zijn voorgelegd. Een antwoord daarop valt dus niet te geven. Wel kan worden vastgesteld dat de dikke, sproetige, welbespraakte en pientere Arie Roos een veel centralere rol in de reeks vervult en duidelijk diens voorkeur genoot. Van Jan Prins, het derde lid van het vriendentrio, wordt vooral de vaak misplaatste zuinigheid op de korrel genomen. Het eerste deel (later hernummerd tot deel 4), Een overval in de lucht, lag eind november 1949 in de boekwinkel: keurig ingebonden, voorzien van een harde omslag, met fraaie illustraties van Frans Mettes (1909-1984) en dat alles voor slechts ƒ 3,95. Kom daar nu eens om! Hoewel de Nederlandse jeugd de avonturen van Bob Evers en zijn makkers verslond, de recensenten spaarden de kritiek niet. Illustratief in dat verband is de visie van Het Vrije Volk van 1 november 1951: “Uitermate fantastische verhalen, ontsierd door onbehouwen taal en grove effecten, zodat wij die niet zonder ernstige bedenkingen hebben kunnen lezen.” Dat de boeken met vaart, spanning en humor geschreven waren, kon echter niet worden ontkend. Als Willy van der Heide heeft Van den Hout er in totaal 32 het licht doen zien, veelal met allitererende titel. Sinds 1987 is de serie nieuw leven ingeblazen door Peter de Zwaan.

Twee belangrijke data in de Bob Everscyclus vallen samen met Willem van den Houts verblijf in het Statenkwartier. Toen het eerste deel van die reeks werd gepubliceerd woonde hij op de Frederik Hendriklaan 23 en toen hij eind 1962 het laatste door hem geschreven deel voltooide, Cnall-effecten in Casablanca, woonde hij in de Van Beuningenstraat 33. De boeken werden door de uitgever vanaf 1965 herdrukt in pocketvorm en in de verkoop gebracht voor ƒ 2,50. Op de achterkant werd een foto geplaatst van de auteur: een man schuin op de rug gezien, in een nogal vreemd jasje met een soort kalotje op, achter een schrijfmachine; het gezicht laat zich niet herkennen. Zo bleef Willy van der Heide voor het publiek ook in dat opzicht de grote onbekende, die hij noodgedwongen had moeten worden. Dit had alles van doen met zijn niet bepaald onberispelijk publicitair oorlogsverleden. Hij was daarvoor na de bevrijding in 1945 ingerekend en langdurig opgeborgen in de Scheveningse strafgevangenis. Toen hij eind december 1948 vrijkwam, met een schrijfverbod onder de eigen naam, had zijn vrouw zich inmiddels van hem laten scheiden. Zodoende kwam hij bij zijn zuster José van den Hout (1927-2009) terecht, die in die tijd op het Frankenslag 40 op kamers woonde. Vier maanden later vond hij tot haar opluchting onderdak op de Frederik Hendriklaan 23. Sinds november 1945 verbleef daar, samen met zijn verweduwde moeder, de eveneens gescheiden Han Jüngeling (1909-1973). De parterre was onder de naam Het Konstkabinet bij hem in gebruik voor de expositie en verkoop van kunst, het bovenhuis diende tot woonruimte. Daarnaast hield hij zich – net als zijn moeder – bezig met het fokken van Afghaanse windhonden. (De lezers van Kabaal om een varkensleren koffer zullen nu aha! roepen.)

De verhuizing naar juist dit adres kan geen toeval zijn geweest. Evenmin als Van den Hout kon Jüngeling wat de oorlogsperiode betreft zuiver op de graat genoemd worden. Als publicist, radiopresentator en kunst(ver)koper had hij in die tijd een nogal scheve schaats gereden. Alleen is Jüngeling er nooit voor opgepakt. Omdat zij zich tijdens de bezettingsdagen in dezelfde kringen bewogen, kan het haast niet anders of die twee hebben elkaar toen gekend of leren kennen. De publiciste Ria Hörter, die zich als kynologe in het leven van Jüngeling heeft verdiept, constateert dat deze creatief met de waarheid wist om te gaan. Die eigenschap had hij dan gemeen met Willem van den Hout. Deze had inmiddels een nieuwe partner gevonden met wie hij eind april 1950 de Van Aerssenstraat 263 betrok. Hij zou in 1952 met haar trouwen, maar ook dit huwelijk liep spaak en eindigde in 1956 in echtscheiding. Het stel woonde toen alweer een aantal jaren aan de Kaag. Met zijn derde vrouw en hun twee kinderen keerde Van den Hout in augustus 1961 in het Statenkwartier terug. Eerst nog op de Frederik Hendriklaan 119, boven café De Gouden Kroon (nu: Blokker), maar sinds november van dat jaar in de Van Beuningenstraat 33. In maart 1964 verhuisden hij en zijn gezin van dat adres naar de Heemskerckstraat in de Zeeheldenbuurt. Ook nadien zouden zijn boeken vele lezers blijven trekken. Ze vormden tevens de inspiratiebron voor de vijf stripalbums, die tussen 2004 en 2010 zijn verschenen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.