Herinneringen aan de Viviënstraat

door Rick van den Broeke

Ik ben in 1948 in Amsterdam geboren, maar al in 1949 kregen mijn ouders via het Ministerie van Defensie, waar mijn vader werkte, een woning toegewezen in de Viviënstraat. Op alle drie verdiepingen van dat herenhuis woonde destijds een marinegezin.  Ik heb daar mijn jeugdjaren doorgebracht tot ruim twintig jaar later in 1969, toen ik het ouderlijk huis verliet.

In de jaren vijftig was het er nog erg rustig. Er stonden nog maar een paar auto’s in de straat, want een auto kon zich nog niet iedereen permitteren. Op onderstaande foto is duidelijk te zien hoe rustig het in die tijd in de straat was. Ik kom met mijn fiets aangereden en mijn vader nam de foto. Het was medio 1955.

Het was in die tijd gebruikelijk dat de vrouw des huizes nog thuis was, en geassisteerd werd door een werkster, meestal uit Scheveningen, die mevrouw één keer per week hielp bij het huishouden. Onze eigen werkster is ruim 25 jaar bij ons thuis geweest en heeft mij daar zien opgroeien.

In die tijd kwam de melkboer en de bakker aan de deur, de kolenman en de voddenman(met paard en wagen). Een heel ander straatbeeld dan nu. Ook was er de ‘slarensliep’ en een straatzanger die ‘Zilveren tranen tussen het goud’ zong (mijn vriendje aan de overkant was doodsbang voor die man en vluchtte altijd achter de voordeur als de zanger langskwam). 

De meeste mensen hadden in de schuur in de achtertuin een opslag voor kolen en iedere winterochtend was het ‘haard porrren’ om de asla te vullen en de kachel op te stoken. Pas medio 1960 was Den Haag op aardgas aangesloten en ik weet nog hoe heerlijk mijn moeder die andere vorm van verwarming vond. In die periode kregen de mensen ook voor het eerst een koelkast en tv in huis.

Tot dusverre hadden we altijd met kinderen uit de straat tv gekeken bij een weduwe in de straat. (Pipo de Clown, Vier Veren Waterval, Tex Tucker etc.) Maar nu hadden de meeste mensen zelf een tv. Uiteraard met zwart-wit beeld met eerst nog één kanaal waarop alleen ’s avonds uitzendingen te ontvangen waren. Later werd dat uitgebreid.

Voor kinderen was het een gouden tijd. Omdat er zo weinig auto’s in de straat waren hadden we de straat voor onszelf. Zo gauw de lente aanbrak, speelden we dan ook dagelijks met veel kinderen op straat. Straatvoetbal, hoelahoep, verstoppertje, ‘stoepranden’. En in de winter werden de sleetjes getrokken door auto’s uit de straat en gingen we schaatsen op de vijver bij het Gemeentemuseum of op de Waterpartij bij Madurodam.

Waar nu het Congresgebouw staat waren vroeger allerlei bosjes en heuvels. Daar speelden we cowboy en rookte ik m’n eerste sigaret.

Ik zat op de Van Hoornbeek Lagereschool (nu Annie M.G. Schmidtschool) waar grote potkachels in de hoek van de schoolklas stonden om de boel warm te houden. Dagelijks werden de rekken schoolmelk in de klas gebracht en werd ik lid van de M-Brigade(‘Met Melk Meer Mans’ een soort stimuleringsmaatregel om kinderen meer melk te laten drinken). Op een van de klassenfeesten had ik veel succes met een vertolking met mijn ukelele van ‘Kom van dat dak af’ van Peter Koelewijn. Een nummer dat destijds erg populair was.

Op de hoek van de Frederik Hendriklaan en de Prins Mauritslaan zat een groentezaak en een kapper, een ouderwetse ‘barbier’ waar mannen hun baarden bij lieten knippen. De kappers liepen in witte jassen. Bij Jamin kocht je een ijsje en bij de kiosken op de Oldebarneveldlaan en het Frederik Hendrikplein Bazooka-kowgom.

De populatie in het Statenkwartier bestond in die tijd vooral uit rijksambtenaren, kunstenaars en mensen uit Indië. Nu wonen er veel Expats. Vroeger zou niemand geweten hebben wat ‘expat’ betekende.

De Viviënstraat was ook bekend uit de boeken van Pim Hofdorp. Daar woonde commissaris Aremberg. O.a. in het boekje ‘Sambals voor Sweelinck’ staat e.e.a. beschreven. Wat verder in de Statenlaan woonde Jan Nowee. Hij was bekend van ‘Arendsoog en Witte Veder’, jongensboeken die ik verslond. Na het overlijden in 1958 van Jan Nowee zette zijn zoon Paul de jeugdboekenreeks voort.

In mijn tienertijd kreeg ik dansles bij Ruby Dorany (tegenover het huidige Fotomuseum) met balavonden in het Kurhaus in Scheveningen met de Kerst. Mooie tijden!

Ik woon nu in Alkmaar, maar kom nog regelmatig in Den Haag. Mijn vrouw leerde ik in 1971 kennen op het Ministerie CRM waar Marga Klompé de scepter zwaaide. Maar ik kom nog regelmatig terug in het Statenkwartier en bezoek dan altijd even de o  zo vertrouwde Viviënstraat waat mijn ‘roots’ liggen.

 

 

3 antwoorden
  1. Carl (Den) Breuning zegt:

    Beste Rick, wat een nostalgie! Je moet nog heel veel notities en foto’s uit die tijd hebben, zodat je al deze anekdotes kunt vermelden. Wat leuk, dat mijn ouderlijk huis (het 2e huis vanaf rechts) met de erker op de 1e etage goed zichtbaar is. Die blauwe auto voor de deur was zeker niet van ons, want mijn ouders hebben nooit een auto gehad. Was ik dat vriendje van de overkant, die zo bang was voor de straatzanger? Ik weet daar niets meer van! Ik hoop echt, dat we dit jaar (na 2 jaar corona) elkaar weer eens kunnen zien en bijpraten tijdens een “Indische hap” op de “Fred”. Tot spoedig. Hartelijke groet, Carl/Den.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Laat een antwoord achter aan S. Koopmans Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.