Het leven begint met melk
Geschiedenis van de zuivelindustrie in de Haagse regio
Synopsis publicatie
Binnen de industriële ontwikkeling van Den Haag is de voedingsmiddelenindustrie altijd een factor van betekenis geweest. Van brood tot bier en van Haagsche hopjes tot melk werden in de stad geproduceerd. De melk en melkproducten is misschien wel één van de meest aansprekende sectoren hierin. Wie kent in Den Haag immers de naam van De Sierkan niet? Veel Hagenaars hebben er in de loop van de meer dan 100 jaar, dat het bedrijf heeft bestaan, gewerkt. Gelukkig waren een aantal van deze 'melkmensen' nog te achterhalen en wilden ze graag meewerken aan een interview. Samen met archiefonderzoek en veldwerk heeft dat een schat aan informatie opgeleverd. Van ruim 15 zuivelfabrieken die de stad in de jaren 30 van de vorige eeuw rijk was, is documentatie opgedoken en konden soms ook interviews worden gehouden. Vanzelfsprekend komt ook de melkman met zijn wagen in het verhaal van de Haagse zuivel voor. Velen zullen hem nog wel voor de geest kunnen halen. De melkboer die zijn melk een beetje aanlengde of iets te karig zijn melk uitgaf en daardoor zijn schuimdaalder misliep en een boete kon krijgen. Allemaal elementen die deze publicatie zo bijzonder maken.
De industrie zelf komt natuurlijk ook in het overzicht breed naar voren. Van het eenvoudige pakhuis met een karn en een melkpomp tot de geavanceerde melkfabriek in de Laakhaven van De Sierkan. Binnen de Haagse zuivelindustrie waren diverse typen bedrijven actief: van de spraakmakende hygiënisten uit het eind van de 19de eeuw met 'hun' Sierkan tot de coöperatie van melkslijters, die ook hun eigen melkfabriek De Hanze oprichten. Ook de overheid blies haar partij mee in de stimulering van het drinken van melk en nuttigen van melkproducten. De melkbrigadier zal bij velen nog nostalgische gevoelens wakker maken en ook Joris Driepinter spreekt bij menigeen tot de verbeelding.
De moderne tijd van meer geavanceerde productieprocessen en efficiëntere werkmethodes en wijzen van verkoop kondigden zich in de jaren zestig nadrukkelijk aan. Het begin van schaalvergroting en eten of gegeten worden door zuivelondernemingen onderling bracht weldra een geheel nieuw 'zuivelpanorama' in de stad te weeg. Uiteindelijk was het de CMC Melkunie die als het grootste Haagse bedrijf de laatste andere bedrijven opslurpte. De laatste kleinere firma's als Leerdam, Van Grieken en Menken wiste zich nog lang kranig te weren geholpen door agressieve verkoopmethoden tot melkoorlogen toe en het 'afschuimen' van de melkleveranciers. Het mocht allemaal niet baten; uiteindelijk bleven in Nederland anno 2007 nog slechts twee zuivelondernemingen over. De Melkunie ging op in één van deze twee: Campina.
De zuivel kende een voorzichtige start in de 19de eeuw maar naar het eind van de 20ste toe accelereerde dit tot een ongekende snelheid met ingrijpende gevolgen. In deze publicatie passeert deze ontwikkeling binnen de Haagse agglomeratie de revue met haar typische Haagse accenten en kenmerken. De publicatie is voor een breed publiek geschreven, zodat het verhaal van de Haagse zuivel veel mensen kan bereiken.
Auteurs: drs. J.J. Havelaar en drs. A.G. van der Horst-Voorn
Verkoopprijs: € 14,95, ISBN: 978-90-804671-3-2
Uitgever: Stichting Haags Industrieel Erfgoed, www.shie.nl






